top of page

DE MISSIE HING AAN DE MUUR. DE PRAKTIJK HING ERNAAST.

  • 26 jun
  • 3 minuten om te lezen

Een technisch productiebedrijf, een kleine zestig medewerkers, gegroeid op vakmanschap en leverbetrouwbaarheid. Het managementteam had met externe begeleiding een missie en visie uitgewerkt: sterk verhaal, vernieuwde website, mooie panelen in de inkomhal. Een jaar later was er aan de dagelijkse werking niets veranderd. De planning bleef ad hoc, de prioriteiten wisselden per week, en overal in het bedrijf werd gewoon verder gedaan wat altijd al gedaan werd, met dezelfde inzet en dezelfde gewoontes.

"We hebben een prachtige missie. Iedereen vindt ze goed. En niemand doet er iets anders door.ā€

Het pijnlijkste was niet de weerstand, want die was er niet. Iedereen knikte ja. Het pijnlijkste was dat er na het knikken niets kwam.


Vroeg je vijf mensen naar de prioriteiten, dan kreeg je vijf verschillende antwoorden. Mensen werkten hard, maar niet noodzakelijk aan hetzelfde, en dat gold voor iedereen: van sales tot productie, van HR tot administratie, van magazijn tot planning. De richting landde niet, omdat ze nooit vertaald was. Niet omdat iemand dat had nagelaten, maar omdat die stap in de meeste bedrijven gewoon niet bestaat: tussen het formuleren van een missie en het uitvoeren ervan zit een vertaalslag waar zelden iemand eigenaar van is.


Wat de meting toonde


De nulmeting toonde een betrokkenheid die eigenlijk goed zat: mensen werkten graag in het bedrijf en waren fier op wat ze maakten. Maar op de vragen over richting zakte alles in elkaar. Minder dan drie op tien medewerkers kon ƩƩn prioriteit van het bedrijf noemen, en amper twee op tien zag een verband tussen de missie en het eigen werk. Dat verschilde nauwelijks per functie: het gold voor sales even goed als voor productie, voor HR even goed als voor administratie. De missie was geen strategie geworden. Ze was communicatie gebleven, en communicatie verandert geen dinsdagvoormiddag.


Wat we deden


We hebben de missie niet herschreven, want ze was goed. We hebben ze vertaald, en dat samen met de mensen die ze moesten waarmaken. De complexiteit ging eruit tot de richting op ƩƩn beeld paste, en vanaf dat beeld gingen we per functie aan de slag. Elke afdeling kreeg dezelfde vraag: als dit onze richting is, wat moet er bij ons dan anders, deze maand nog. Uit die sessies kwamen doelen per team en per persoon, in de woorden van de mensen zelf. Sales kreeg zijn vertaling, productie kreeg de zijne, HR, administratie, magazijn, elk in de taal van het eigen werk. Daarbovenop kwam een vast ritme van opvolging, met een bord waarop elke afdeling zijn voortgang ziet, en gesprekken die het management zelf voert. Het ritme droeg de beweging, ook op de momenten dat de zaakvoerder niet duwde. De directie bespreekt sindsdien voortgang in plaats van brandjes.



Wat er veranderd is


Bij de tussenmeting na zes maanden kon acht op tien medewerkers de prioriteiten benoemen, en belangrijker: zeven op tien kon uitleggen wat die betekenen voor het eigen werk. Die stijging liep gelijk op door alle functies heen, niet enkel bij het managementteam. De doorlooptijd van beslissingen in het managementteam is meetbaar gekrompen, omdat discussies nu eindigen bij de vraag welke prioriteit iets dient. En de zaakvoerder vatte het na afloop zelf samen in de zin die ons het meest is bijgebleven.


"Voor het eerst begrijpt ons hele team niet alleen wat de strategie is, maar ook wat hun eigen rol daarin is.

De les die blijft


Een missie die de vloer niet haalt, is marketing. Ze wordt pas strategie op de dag dat elke medewerker, van magazijn tot sales, van productie tot administratie, zijn eigen rol erin kan uitleggen. En dat gebeurt niet door ze beter uit te leggen, maar door ze samen te vertalen en er een ritme rond te installeren dat de vertaling levend houdt.


Ā 
Ā 
bottom of page