top of page

TROTS OP HET PRODUCT IS NIET HETZELFDE ALS TROTS OP HET BEDRIJF.

  • 15 jun
  • 5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 18 uur geleden


Een organisatie die over ruim twee decennia gegroeid is van een handvol mensen naar een gevestigde naam, met klanten die al jaren terugkomen. Maar achter die trouw begonnen de cijfers stilaan te schuiven. De leverbetrouwbaarheid zakte, doorlooptijden liepen op tot boven de eigen norm, de marge kwam voelbaar onder druk, en er vertrokken op korte tijd meer mensen dan gewoonlijk. De vervanging gebeurde noodgedwongen met tijdelijke krachten, waardoor de kost steeg terwijl de output daalde. Er werd, kortom, meer verkocht dan er geproduceerd raakte.


De eigenaars zagen het aankomen voor iemand het van buitenaf benoemde. Nog voor er een traject bestond, zetten ze zelf op papier wat hen het meest bezighield.


"We vervellen van een goed bedrijf waar mensen graag werkten naar een bedrijf waar mensen gewoon hun geld komen verdienen.ā€

Zo'n zin schrijf je alleen als je scherp durft te kijken naar je eigen bedrijf. En op dat punt maakten ze de keuze die het hele verhaal in gang zette. In plaats van harder te werken en dichter op de projecten te gaan zitten, wat de reflex is van zowat elke zaakvoerder, wilden ze eerst weten wat er precies aan het schuiven was. Niet vermoeden, maar meten. Dat vraagt lef, want je weet vooraf niet wat eruit komt.



Wat de meting toonde


De nulmeting zette twee cijfers naast elkaar die samen het hele verhaal vertellen. Gevraagd of ze het product en het bedrijf aanbevelen als leverancier, gaven de medewerkers een score waar de meeste bedrijven alleen van dromen. Gevraagd of ze het bedrijf aanbevelen als werkgever, lag die score een flink stuk lager. Dezelfde mensen, twee werelden. De liefde voor het product was volledig intact. Het vertrouwen in de omstandigheden waarin dat product gemaakt werd, was gaan haperen.


De detailcijfers ontkrachtten daarna ƩƩn voor ƩƩn de verklaringen die voor de hand lagen. Het lag niet aan de mensen. Alles wat teams zelf in de hand hadden, collegialiteit, eigenaarschap, inzet, scoorde op of boven het bedrijfsgemiddelde, terwijl alles wat ze aangereikt kregen eronder scoorde. Het lag ook niet aan ƩƩn specifieke groep. De scores verschilden van rol tot rol en van functie tot functie, maar volgens ƩƩn rode draad: waar strategie en verwachtingen helder vertaald waren naar het dagelijkse werk, waren mensen betrokken, en waar die vertaling ontbrak, viel de betrokkenheid terug. Het verschil zat niet in de mensen, maar in de duidelijkheid die ze kregen.


EƩn patroon vatte het mechanisme samen. Signalen uit verschillende hoeken van de organisatie vonden geen vaste weg naar boven. Bezorgdheden werden gemeld, soms proactief en schriftelijk, maar er bestond geen structuur die garandeerde dat er iets mee gebeurde. Niemand had dat ooit zo beslist of gewild. Het was gegroeid, zoals alles groeit in een bedrijf dat sneller groeit dan zijn afspraken. En wie een paar keer meemaakt dat input nergens toe leidt, geeft op den duur minder input. Dat verklaart ook waarom de betrokkenheid het hoogst was bij wie net gestart was: niet omdat de mensen met de meeste jaren minder gaven, maar net omdat zij het vaakst hadden meegemaakt dat goede ideeƫn in de drukte bleven liggen. Wat van buitenaf lijkt op onverschilligheid, is van binnenuit een les die het systeem zelf heeft aangeleerd.


Het plan lag er al


EƩn ding speelde in dit dossier duidelijk in het voordeel, en dat is minder vanzelfsprekend dan het klinkt. Er lag al een sterk strategisch plan. Doordacht, onderbouwd, met een heldere richting voor de jaren die kwamen. Het was alleen beperkt uitgerold. De eigenaars en de raad van bestuur kenden het door en door, en daar hield het grotendeels op. Niet uit onwil, maar omdat niemand ooit de vraag had gesteld of het verder moest.


Toen de bevraging blootlegde dat mensen zelf vragende partij waren om te weten waar het bedrijf naartoe ging, was de eerste reactie dan ook oprechte verwondering. Waarom zou iemand in de uitvoering moeten weten wat de strategie voor de komende jaren is? Er komt een planning binnen, die wordt gemaakt, en de kwaliteit is jarenlang uitstekend geweest. Dat is een volstrekt legitieme vraag, en we horen ze vaker dan je zou denken. In heel wat organisaties is de strategie iets van de top, en dat heeft lang gewerkt.


Wat de kanteling bracht, was dat die vraag naast een tweede vaststelling kwam te liggen. Dezelfde eigenaars die zich afvroegen waarom de vloer de richting zou moeten kennen, hadden er zelf op geschreven dat mensen nog enkel voor hun geld kwamen werken. Het duurde even voor die twee dingen in elkaars verlengde vielen, en toen dat gebeurde, was het hun eigen conclusie. Wie niet weet waar het naartoe gaat, kan weinig anders dan uitvoeren wat er op de planning staat. En wie jarenlang alleen uitvoert wat er op de planning staat, komt op den duur werken voor zijn loon. Het waren geen twee problemen. Het was er ƩƩn, van twee kanten bekeken.


Wat we samen gedaan hebben


De diagnose veranderde vooral de vraag aan de directietafel. Niet langer: waar zit het probleem. Wel: hoe zorgen we dat elke rol in de organisatie, van sales tot productie, van magazijn tot administratie, van HR tot leidinggevenden, dezelfde richting kent en er de eigen bijdrage in herkent. Dat een helder plan al bestond, maakte dat werk aanzienlijk makkelijker. We moesten geen strategie bouwen, we moesten ze doen landen. En dat is precies waarvoor wij komen. De complexiteit uit de strategie halen tot ze op ƩƩn beeld past, en die vervolgens vertalen naar de taal van elke functie, zodat iedereen dezelfde richting in zijn eigen werk herkent.


Er is bewust gekozen om niet aan één plek te sleutelen, maar aan het systeem errond. Overal waar mensen tijd verloren aan zoeken, wachten of heen en weer, is samen met hen een afspraak gemaakt die dat wegnam. Telkens mét de mensen die het werk doen, nooit vóór hen, want zij weten het beste waar de tijd blijft hangen. De richting werd doorgetrokken van het hoofd van de zaakvoerder tot geleefd op de vloer, en een scorebord maakte de opvolging voor iedereen zichtbaar. Zo ontstond het ritme dat de beweging vasthoudt, ook wanneer wij niet in de kamer zijn.


Die zichtbaarheid was geen detail maar de kern van de zaak. Vertrouwen dat gehaperd heeft op input die nergens toe leidde, herstel je alleen met input die zichtbaar wƩl ergens toe leidt. De eerste veranderingen waren binnen de maand te zien, en dat was minstens zo belangrijk als de veranderingen zelf.


Wat het bedrijf vandaag staat


Bij de volgende meting was de werkgeverscore fors gestegen en duidelijk aan de goede kant van de lijn beland. De leverbetrouwbaarheid klom terug richting de eigen norm, en de capaciteit die daarvoor nodig was, kwam niet uit aanwervingen. Het wegwerken van zoek- en wachturen in verschillende delen van het bedrijf maakte de tijd vrij van meerdere voltijdse krachten die er al werkten. Het verloop daalde stevig, en de ervaren mensen die mentaal al onderweg naar buiten waren, zijn gebleven.


Het teken dat de eigenaars zelf het liefst vertellen, staat in geen enkele grafiek. Er worden opnieuw problemen gemeld vóór ze zich voordoen. Dat is wat een organisatie doet die weer in de eigen richting gelooft.


Wat er nog voor ligt


Dit verhaal is niet af, en dat hoort ook zo. Het traject loopt vandaag verder in een fase waarin het ritme moet blijven draaien zonder dat het aan ƩƩn of twee mensen hangt. Teams worden op vaste momenten uit de dagelijkse drukte gehaald om samen naar de cijfers en de doelstellingen te kijken. Nieuwe mensen worden mee ingeschreven in diezelfde manier van werken, zodat wat opgebouwd is niet met ƩƩn vertrek of ƩƩn drukke maand terug wegzakt. Dat is het minst spectaculaire deel van het werk en tegelijk het deel dat bepaalt of het blijft duren.


De les die blijft

Afhaken is bijna altijd aangeleerd. Mensen die een paar keer ervaren hebben dat meedoen weinig verandert, doen op den duur voorzichtiger mee. Het goede nieuws is dat wat aangeleerd is, ook afgeleerd kan worden, op ƩƩn voorwaarde: verandering die iedereen kan zien, in elke rol, op elke plek. En het begint met durven meten, want trots op het product is niet hetzelfde als trots op het bedrijf, en dat verschil voel je jaren voor je het ziet.

Ā 
Ā 
bottom of page