Waarom wij bergen en klimmen als metafoor gebruiken
Ik ben Vanessa, co-founder van Dot2 en daarnaast ook alpinist, rotsklimmer en bergbeklimmer. De berg is al jaren mijn beeld voor hoe een bedrijf werkt, omdat ik daar geleerd heb hoe je als team wel moet samenwerken om de top te bereiken. En omdat ik er ook gemerkt heb wat er gebeurt als dat je dat niet doet.

Elk jaar in januari zat ik al met mijn hoofd in juli. Want dan kwamen we samen, een half jaar op voorhand, om onze klim uit te werken. Waar gaan we naartoe? Welke toppen? Wil iedereen dezelfde toppen beklimmen, of moeten we ons opsplitsen? We hadden allemaal ongeveer dezelfde ervaring, maar conditioneel verschilden we wel. Wie kan wat aan?
Daarna begon iemand de routes uit te werken. Die verzamelde zoveel mogelijk info, maakte een planning en zocht YouTube-filmpjes van anderen die de top al beklommen hadden.
Die filmpjes keek ik nooit.
Ik wou nog niet te veel weten. Ik zag ze als tijdverlies, als een obstakel tussen mij en de spontaniteit van mijn klim. Ik zie wel, dacht ik. Ik was gewoon enthousiast dat we opnieuw de bergen introkken. Een route uittekenen was toch nooit mijn ding. Er waren mensen die dat beter konden, dus ik volgde. Alles was goed.
Slecht idee.
Ik kwam over als iemand die niet betrokken was, terwijl ik altijd enorm uitkeek naar die klim. En al enkele keren stond ik aan het begin van een tocht waarvoor ik niet goed voorbereid was. Dan kwamen de verrassingen. Mijn team voelde dat mee. En soms bleef de top waar ik maanden naar had uitgekeken, voor mij buiten bereik.
Het lag niet aan het plan. Ik wist gewoon niet wat erin stond.
Die voorbereiding was geen rem op mijn klim. Ze was wat iedereen nodig had. Daarom hebben we het bijgestuurd: iedereen moest zich voorbereiden. Dat werd gewoon een actie die je deed om überhaupt te kunnen klimmen.
Enkele jaren geleden had ik een accident, en had ik een helikopter nodig om van de berg te geraken. Dan weet je waarvoor al die voorbereiding dient.
Elk jaar, voor we vertrekken, oefenen we met het hele team de reddingstechnieken opnieuw, tot ze terug in onze vingers zitten. We maken afspraken en spreken uit wat we van elkaar mogen verwachten. Wie daalt met wie af als iemand hoogteziek wordt? Alles is geregeld. En hoe meer we klimmen en hoe meer we tegen dingen aanlopen, hoe meer we bijsturen.
Dat betekent niet dat iedereen mee het plan moet maken. Er zijn mensen die daar beter in zijn, en aan de directietafel is dat niet anders. Maar eens het plan er ligt, moet het doorgesproken worden, in detail. Zijn er rotsklimstukken? Gaan we 's nachts moeten wandelen? Wat is de aanloop? Is iedereen fit genoeg? Moeten we een gletsjer over? Zijn er spleten, hoe lopen ze, en kunnen we ze vermijden?
En eens ter plekke kijk je opnieuw. Hoe is het weer? Hoe is de sneeuw? Liggen de spleten bloot? Vriest het? Wie gaat met wie in een touwgroep, en in welke volgorde?

Wie ooit zo'n klim voorbereidde, kent eigenlijk al hoe je een strategie vertaalt. Alleen gebruiken we in een bedrijf andere woorden.
Het doel is de top die je samen kiest, en waarom je daar wil staan. Dat zeg je in woorden, zodat iedereen er zin in krijgt.
Het kernresultaat vertelt je dat het gelukt is: we vertrekken in het dal, we staan op de top, en iedereen is veilig terug. Daar is geen discussie over mogelijk. Je staat erop, of je staat er niet op.
De KPI vertelt je onderweg of je nog op koers zit. Hoeveel hoogtemeters doen we per uur? Hoe laat zijn we aan de gletsjer? Halen we dit tempo niet, dan weet je dat vroeg genoeg om bij te sturen, en niet pas als het donker wordt.
De acties zijn wat je vooraf en onderweg doet: je conditie opbouwen, je materiaal nakijken, de route doornemen. En ja, de filmpjes kijken.
En dan die vraag uit januari: wil iedereen dezelfde top? Soms was het antwoord nee. Niet iedereen had dezelfde conditie, niet iedereen wou hetzelfde. Dan splitsten we ons op, en klom elke groep naar haar eigen top.
Zo werkt het ook met teams. Productie, verkoop en de administratie klimmen niet dezelfde top. Elk team heeft zijn eigen doel, op zijn eigen maat, met zijn eigen cijfers. Maar we vertrekken samen, op dezelfde tocht, en elke top hoort bij hetzelfde plan. Daarom hoeft niet iedereen hetzelfde te doen. Iedereen moet wel weten welke top van hem is.
In een bedrijf is dat niet anders. Wie neemt over als iemand uitvalt? Wat spreken we af als het tegenzit? Hoe beter dat geregeld is, hoe minder alles van een paar mensen afhangt.
Daarom zetten wij het volledige plaatje van een bedrijf op ƩƩn poster, op de berg van morgen. Een plan in een map leest niemand twee keer. Een berg begrijpt iedereen meteen: je ziet waar je naartoe gaat, welke top eerst komt en welk stuk van de klim van jou is. Zo kan je erover praten zoals wij dat in januari deden.
Als ik vandaag in een bedrijf iemand zie die niet betrokken lijkt, denk ik aan mezelf met die filmpjes. Vaak is de goesting er wel. Maar het plan is nooit echt iets van die persoon geworden. De zaakvoerder kiest de berg. De top halen zijn mensen pas als ze weten wat hen te wachten staat, en als ze zich daarop voorbereiden.
Weten jouw teams wat hen te wachten staat? Daar praten we graag over.


